Het Hiernamaals volgens de Noord-Amerikaanse Indianen

Op het Noord-Amerikaanse continent leefden vele verschillende stammen van de oorspronkelijke bewoners, de Indianen.  Voor de komst van de Europeanen waren er op enig moment ongeveer 500 verschillende stammen te vinden, die vaak wijd verspreid op het continent woonden.  Deze verschillende stammen hadden veel onderlinge verschillen op het gebied van bijvoorbeeld talen, gebruiken, tradities en zienswijzen. Ook voor wat betreft religieuze rituelen konden de interpretaties divers zijn. Toch hadden zij ook een bepaald gedachtegoed, een bepaalde basis, gemeenschappelijk.

In de Indiaanse cultuur wordt - net als bij bijvoorbeeld de Afrikanen en de Australische Aborigines - alles op Aarde als een levend wezen beschouwd. Deze animistische visie vind je terug bij vele, oude natuurvolken.

Elk levend ding kreeg bij de Indianen een specifieke rol als leraar en familielid toegedicht. In deze gedachtegang is alles op Aarde – of het nu om een rots, een boom, een plant, een dier, een wolk, de Zon, de Maan of de mens gaat – één van onze verwanten. Omdat dieren in hun gedrag dichtbij de mens staan, maar door hun instinct dichter bij de natuur van Moeder Aarde zijn gebleven, werden zij zeer goed bestudeerd: als voorbeeld, als leraar, als totem, als brenger van voortekens. Praktisch gezien waren veel dieren natuurlijk ook 'leveranciers' van vlees en huiden, waarvoor de Indianen hen in speciale rituelen en ceremonies weer dank zegden.

Indianen en de Grote Geest

Hoewel vroegere western-literatuur in de Indiaanse godenwereld vaak één (mannelijke) god als belangrijkste (in het verlengde van de christelijke God) aanwees, gold dat zeker niet voor alle stammen.

Waar sommige stammen vooral de Hemelvader (vaak de Grote Manitou genoemd) aanbaden, richten andere hun aandacht verder. Zij zagen de Grote Geest, het Grote Mysterie of de Oorspronkelijk Bron (de bewuste kracht in de kosmos) als de schepper van alles wat is en waarvan de levenskracht voor altijd in alles op Aarde zou blijven vibreren. De meeste stammen kenden echter een combinatie van polytheïsme (meerdere goden, inclusief Grote Geest, de Hemelvader en Moeder Aarde) en animisme (alles op Aarde leeft en heeft een ziel). Vaak was dit nog doordrenkt met geschiedenis, verhalen, mystieke kennis, dromen en ervaringen vanuit de eigen familie of stam of van de eigen sjamanen. Traditioneel  werden religieuze kennis en verhalen steeds mondeling aan de volgende generatie doorgegeven.

Indianen en het Hiernamaals

De vele Indiaanse stammen hadden vaak verschillende zienswijzen op het Hiernamaals. Ze deelden echter enkele gemeenschappelijke thema's. Naast hun respect voor het leven en het gebruik van ceremonies en rituelen, waren zij er bijvoorbeeld allemaal van overtuigd, dat de ziel na de dood voortleefde. Men zag de dood als mysterieus, maar onvermijdelijk en trad ook de eigen dood meestal zonder angst tegemoet.

De Indiaanse rituelen rond het dode lichaam konden van stam tot stam, van regio tot regio sterk variëren op het grote continent. Zij waren echter altijd gericht op het bevrijden van de geest of ziel, zodat deze op weg kon gaan naar het Hiernamaals.

Die weg werd wel als gevaarlijk gezien. Rituelen werden daarbij onontbeerlijk geacht om de ziel van de dode een veilige aankomst in het Hiernamaals te garanderen.

Op weg na de dood

Als iemand stierf, betekende dit allereerst de dood van de levenskracht, dat het functioneren van het lichaam mogelijk had gemaakt. De dode werd vervolgens begraven of gecremeerd, maar soms ook, al dan niet ingezwachteld, in grotten of bomen achtergelaten.

Zij waren meestal voorzien van speciale voorwerpen – waardevolle zaken, die in het hiernamaals nodig konden zijn – zoals wapens, gereedschappen, sieraden en favoriete kleding. Tijdens de begrafenis voerde de sjamaan, medicijnman of –vrouw een ritueel uit om de ziel op weg te helpen naar het Hiernamaals als onderdeel van een zorgvuldig uitgevoerde ceremonie. De reis na de dood ging dus altijd vergezeld van gebed en dans.

De zielendelen

De ziel zou volgens vele Indianen uit tenminste twee delen bestaan:

  • het transcendente deel of de ziel, die na de stoffelijke dood naar het Hiernamaals diende te gaan,
  • de levenskracht, dat wat het lichaam deed leven en wat na de stoffelijke dood was verdwenen.

De ziel moest na de dood actief op reis om het Hiernamaals te kunnen bereiken. In sommige gevallen verdwaalde de ziel of besloot om niet (verder) te gaan. Als de ziel namelijk van kwade wil was, kon hij of zij besluiten nog niet op reis te gaan, maar eerst 'oude rekeningen te vereffenen', bepaalde personen lastig te vallen of zelfs ziek te maken. Omdat het geestenrijk niet als volledig gescheiden van de fysieke wereld werd gezien, was het mogelijk dat de ziel van de dode contact bleef houden met de levenden – totdat hij of zij uiteindelijk definitief naar het hiernamaals vertrok. Verdwalen op of stoppen met de reis kon volgens de overlevering vooral voorkomen, als de dodenrituelen niet of niet juist waren uitgevoerd. In dat geval fungeerde de sjamaan, medicijnman of –vrouw vaak als tussenpersoon om de ziel  te helpen de reis alsnog te vervolgen.

Over bergen en dalen

De reis naar het Hiernamaals werd als een lange gezien. Soms moest hierbij met een kano een brede rivier worden overgestoken, een berg worden beklommen of een woestijn worden doorkruist.

Als de ziel uiteindelijk het Hiernamaals had bereikt, zou de tijd worden doorgebracht met genieten of met zich ellendig voelen – afhankelijk van de inborst van de ziel. In sommige gevallen geloofde men, dat de overledene zijn of haar familie zou blijven helpen door middel van dromen en voortekens. Uiteraard kon de sjamaan, medicijnman of –vrouw zo nodig persoonlijk naar het Hiernamaals reizen om met de zielen van overledenen te communiceren.

Plaats van bestemming

De laatste bestemming van de ziel kon variëren, afhankelijk van de zienswijze van de stam. Sommige stammen dachten, dat de Melkweg de woning van de overleden zielen was. Volgens anderen was de Melkweg echter alleen maar de route naar een dodenrijk aan de andere kant van het universum.

Een aantal stammen zag het Hiernamaals als een geïdealiseerde versie van de Aardse omgeving tijdens het leven: een prachtig volgroeide prairie waar gejaagd, gefeest en gedanst werd, oftewel de Eeuwige Jachtvelden.

Er waren echter stammen, die dit beeld voorbehouden hielden voor de (families van) opperhoofden, helden en krijgers met een goede inborst. De 'gewone', onopvallende man en vrouw zou in een meer grijze versie hiervan terechtkomen, waar de zielen van dode mensen op de zielen van dode dieren zouden jagen. Ook dacht men, dat het geestenrijk een duister schaduwland had, waar de kwaadwillenden, dieven, moordenaars, lafaards, verraders, zwarte magiërs en dergelijke terecht zouden komen – niet iets om je op te verheugen.

Indianen en reïncarnatie

Reïncarnatie was niet bij alle Indiaanse stammen een prominent gegeven. Bij de Indianen van de prairies speelde het over het algemeen maar een kleine rol. Men dacht, dat reïncarnatie alleen plaatsvond als de ziel tijdens het leven niet compleet tot vervulling was gekomen. Wanneer iemand te jong was overleden, gefaald had een goed leven te leiden of een uitgesproken slecht leven had geleid, kon de ziel worden teruggestuurd naar de Aarde voor een herkansing.

Andere stammen geloofden in reïncarnatie van alleen degenen, die tijdens hun leven niet in staat waren geweest een normaal bestaan te leiden; hiertoe werden gerekend mensen met een ziekte, gebrek of een andere lichamelijke of geestelijke beperking en – vreemd genoeg – tweelingen. Deze laatsten, omdat zij altijd 'in elkaars schaduw hadden moeten staan', hetgeen blijkbaar als negatief werd ervaren.

Bijzonder is, dat vooral de Indianen en Inuit (Eskimo's) in het westen en noordwesten van Amerika, Canada en Alaska overtuigd waren van reïncarnatie, soms bij zowel de mens als het dier. Hierbij werd  - net als bij bepaalde Afrikaanse stammen – voor de identiteit van een nieuwe baby meestal niet verder gekeken dan de gelijkenis met overleden leden uit de eigen familie. Bij de Inuit noemde men de  baby dan bijvoorbeeld 'grootmoeder' of 'oom' als herkenning van de wedergeboorte van die dierbare.

 

Oxalis.

© 2015, foto's: Office.microsoft.com, Wikimedia Commons.

 

Voor meer artikelen van deze schrijfster, zie bijvoorbeeld:

Het-hiernamaals-volgens-de-Afrikanen

Het-hiernamaals-volgens-de-Australische-Aborigines

Het-hiernamaals-volgens-de-Azteken

Het-hiernamaals-volgens-de-Kelten

Het-hiernamaals-volgens-de-Noormannen

Of lees verder op:

https://tallsay.com/oxalis of via

https://oxalisnatuurlijkewegen.wordpress.com/

 

99

2 Comments

ZiaRia

Thursday, April 4, 2019 Reply

Typisch toch, dat vrijwel alle Hiernamaals-verhalen van over de wereld eenzelfde reis van de ziel na de lichamelijke dood zien. Interessante artikelenreeks.

Asmay

Thursday, April 4, 2019 Reply

Boeiend, hoe de dood en het hiernamaals door deze grote stammenbevolking werd gezien.

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd *

Name *
Email *
Website